Kennis Instituut Maatschappelijk Vastgoed

Driekwart corporaties heeft zorgvastgoed

Ongeveer driekwart van alle woningcorporaties bezit zorgvastgoed in de vorm van zorgcomplexen en/of aanleunwoningen. In totaal gaat het om 94.000 woongelegenheden in zorgcomplexen en circa 54.000 aanleunwoningen. CFV schat in dat de volkshuisvestelijke exploitatiewaarde van het zorgvastgoed circa € 8,5 miljard bedraagt. Dat komt overeen met 7% van de totale volkshuisvestelijke exploitatiewaarde van de corporatiesector. Dit volgt uit een inventarisatie die CFV afgelopen najaar deed. Deze inventarisatie is de eerste fase uit het themaonderzoek naar zorgvastgoed in de corporatiesector. Aanleiding voor dit onderzoek is de veranderende regelgeving in de langdurige zorg die van invloed is op de bekostiging van zorgvastgoed. Hierdoor kunnen de financiële risico’s toenemen voor corporaties met zorgvastgoed.

 

Omvang

177 corporaties bezitten zowel zorgcomplexen als aanleunwoningen. 88 corporaties bezitten alleen zorgcomplexen en 26 corporaties alleen aanleunwoningen. De gemiddelde volkshuisvestelijke exploitatie waarde van een woongelegenheden in een zorgcomplex bedraagt € 64.000,- Dit is bijna € 15.000 meer dan de waarde die gemiddeld voor verhuureenheden in de sector geldt. Dit komt mede door de extra ruimte die dergelijke complexen bieden voor gemeenschappelijk gebruik van voorzieningen. De huurprijzen van verhuureenheden in zorgcomplexen liggen daardoor ook hoger dan de gemiddelde huren in de sector. In 2013 bedroeg de totale jaarhuur voor alle zorgcomplexen in bezit van corporaties € 712 miljoen.

 

Risicobeheer

De helft van de corporaties met zorgvastgoed gaf aan dat ze over een actuele risico-inventarisatie voor zorgvastgoed beschikken. Samen bezitten die corporaties circa 84% van de zorgcomplexen en 79% van de aanleunwoningen.

 

Vervolg

Inmiddels hebben de 56 geselecteerde corporaties de enquête voor de tweede fase van het onderzoek ingevuld. Deze 56 corporaties ontvangen tenminste 6% van hun totale jaarhuur uit zorgbezit en minstens 6% van hun woongelegenheden liggen in een zorgcomplex. In totaal zijn ze goed voor 45% van de woongelegenheden in zorgcomplexen en voor 37% van de aanleunwoningen. In deze tweede fase wordt vooral gekeken naar de concrete risico’s die deze corporaties signaleren, welke maatregelen ze nemen en of de financiële risico’s daarmee voldoende worden afgewend. In het voorjaar rapporteert CFV over de uitkomsten van deze fase. Na afloop van fase twee start CFV mogelijk nog een derde fase. Voor die fase worden corporaties geselecteerd waarvan CFV verwacht dat het zorgvastgoed daadwerkelijk een potentieel risico kan vormen voor de continuïteit van de corporaties.

 

Meer informatie over het themaonderzoek Zorgvastgoed is hier te vinden

Partners
Institute for Business Research
LinkedIn
E. info@KMVG.nl | www.kmvg.nl