Kennis Instituut Maatschappelijk Vastgoed
Derde ouderen woont met beperking thuis
Dinsdag 28 april 2015

Ouderen blijven steeds vaker thuis wonen. Twee derde van hen ervaart geen beperkingen in de dagelijkse handelingen. Een deel heeft daar echter moeite mee. Problemen met traplopen en het doen van zwaar huishoudelijk werk komen het meest voor. Vrouwen hebben vaker een of meer beperkingen in het dagelijks leven dan mannen. Dat blijkt uit de Gezondheidsenquête van het CBS.

Het beleid van de overheid is erop gericht om ouderen in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te wonen. Of dat mogelijk is hangt samen met een goede gezondheid. Niet ziekten, maar vooral beperkingen als gevolg van ziekten vormen de belangrijkste obstakels voor een zelfstandig leven (Landelijke nota Gezondheidsbeleid ‘Gezondheid dichtbij’, 2011).

Het CBS brengt met de Gezondheidsenquête in kaart hoeveel thuiswonende ouderen beperkingen als gevolg van gezondheidsproblemen hebben, en welke beperkingen dit dan vooral zijn. Hiervoor worden twee  gestandaardiseerde en internationaal veelgebruikte meetinstrumenten gebruikt: de ADL (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) en de IADL (Instrumentele Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen). Beide meetinstrumenten vragen naar beperkingen in algemene dagelijkse handelingen als gevolg van gezondheidsproblemen. Het gaat daarbij niet om tijdelijke problemen. De ADL-vragenlijst gaat over belangrijke basale functies die nodig zijn om zelfstandig te kunnen functioneren, zoals traplopen,  in en uit bed stappen, eten, zich wassen en aankleden. Sinds 2014 is ook de IADL opgenomen in de Gezondheidsenquête. Deze vragenlijst richt zich op de meer complexe handelingen in het dagelijks leven,  zoals  huishoudelijke werk, de maaltijd bereiden, boodschappen doen, het bijhouden van geldzaken en dagelijkse administratie.  Meestal ontwikkelen beperkingen in ADL zich later dan beperkingen in IADL .                                                                                                                                            

Steeds meer ouderen wonen thuis

Ouderen wonen steeds langer zelfstandig. Het aantal ouderen in Nederland groeit snel, maar het aantal ouderen in een verzorgings- of verpleeghuis of een andere (zorg)instelling daalt. Het percentage ouderen dat in een instelling woont, daalt dan ook al jaren. In 1995 woonde nog 17 procent van de 75-plussers in een instelling, in 2014 nog maar 10 procent. Van de 65-plussers woonde95 procent thuis, dat zijn bijnaa 2,8 miljoen mensen.                                                                                                                             

De meeste ouderen hebben geen beperkingen

Twee derde van de thuiswonende 65-plussers ervaart geen beperkingen bij de dagelijkse handelingen (ADL of IADL). Van deze groep ervaart ruim driekwart zijn of haar gezondheid als goed of zeer goed.  Naarmate de leeftijd vordert, daalt het percentage ouderen zonder beperkingen. Van de 65- tot 74-jarigen heeft 79 procent geen beperkingen, bij de 75-plusssers is dat nog maar 51 procent.                                                                                         

Vaak beperkingen in traplopen en in zwaar huishoudelijk werk

Van de thuiswonende 65- tot 74-jarigen in Nederland heeft 12 procent minstens één ADL-beperking, en 19 procent een of meer IADL-beperkingen. Bij 75-plussers zijn deze aandelen met 33 en 45 procent aanzienlijk hoger.

Partners
Institute for Business Research
LinkedIn
E. info@KMVG.nl | www.kmvg.nl