Kennis Instituut Maatschappelijk Vastgoed

Innovatief verduurzamen rijkskantoren, een tussenstand

14 oktober 2011

 

Het Rijk wenst om middels de criteria Duurzaam Inkopen niet slechts tot verduurzaming van de overheidsinkopen te komen, maar tevens de markt te stimuleren om innovatieve oplossingen aan te dragen. Het gaat hierbij om innovatie qua product, proces en contractvorm. Begin 2010 is het project ‘Innovatief verduurzamen rijkskantoren’ opgestart. Hierbij gaat het om drie aspecten: het gebouw zelf, de inrichting van het gebouw en het gebied om het gebouw heen. De Taskgroup Eigen Initiatief (TG EI) wordt om advies gevraagd dat kan helpen om uiteindelijk de projectdoelstellingen te kunnen realiseren. De samenstelling van de groep is verspreid over de gehele bouwketen en multidisciplinair. Gerard Wortman, projectmanager, vertelt over zijn ervaringen en stand van zaken.

 

Samen aan de slag
Gerard Wortman ziet zelf vernieuwing en duurzaamheid niet los van elkaar. Toen hij werd gevraagd mee te werken aan de Taskgroup, hoefde hij dan ook niet lang na te denken. “Mijn verwachtingen waren niet heel concreet. Wel vond ik het een mooie mogelijkheid om partijen met verschillende achtergronden bij elkaar te brengen en samen te discussiëren. Door met elkaar te praten leren we van elkaar.”, aldus Wortman. Daarnaast bestaan binnen het Rijk programma’s om innovatie te stimuleren. Vanuit de Rijksgebouwendienst kon Wortman er dan ook goed mee aan de slag om samen met de markt de vraag rondom innovatief verduurzamen van rijkskantoren in te vullen.

 

Groepsproces
Tijdens een sessie van de Taskgroup waarbij verschillende markten aanwezig waren, werden vier vragen gesteld met betrekking tot de projectdoelstellingen. Door de markten erbij te betrekken kan achterhaald worden of men op de goede weg zit en of er al ideeën over oplossingen zijn. In groepjes zijn vragen doorgenomen, waarna een plenaire terugkoppeling en discussie plaats vond. “Het resultaat hiervan was zeer degelijk, met name door de aanwezigheid van verschillende branches, waaronder ook het bedrijfsleven. Cases kunnen op deze manier vanuit verschillende disciplines bekeken worden. Hierdoor zijn we in gedachtegang net weer een stap verder.”, vertelt Wortman. Los van de adviezen, hecht hij waarde aan het proces. “De adviezen zelf zijn misschien wel iets minder belangrijk. Ik vind het voornamelijk interessant hoe je door middel van een groepsproces tot andere, innovatieve, inzichten komt. Hoe je iets vaags  concreet kunt maken en gezamenlijk een stap verder komt qua mogelijkheden om het project aan te pakken.”

 

Inspiratie
De gegeven oplossingen en adviezen worden natuurlijk wel degelijk ter harte genomen. Waar sommige adviezen al bekend waren en iets minder toevoegden, kon de projectgroep andere juist heel goed gebruiken. Voorheen werden in het aanbestedingsproces de referenties van gebouwen belangrijk gevonden, nu wordt bijvoorbeeld ook de prijs vast gezet en op kwaliteit geselecteerd. Daarnaast wordt concreet gewerkt aan het herontwikkelen van gebouwen. “In de huidige markt komt steeds meer leegstand voor. Wij kijken nu of een gebouw nog een andere nuttige functie kan vervullen. Dit past ook goed bij gebiedsontwikkeling.” Tot slot wordt aandacht gevestigd op het onderscheid tussen proven technology en non-proven technology. Wortman vindt het belangrijk om bij innovaties te bepalen in welk stadium men zit en de risico’s tussen opdrachtgever en opdrachtnemer te verdelen. “Welke risico’s zijn er? Wie kan deze het beste beheren en wie heeft er het meeste invloed op? Dit moeten we goed met elkaar bekijken en bediscussiëren. Samenwerking en vertrouwen zijn hierin de sleutelwoorden.”

 

Toekomst
Tot slot werpt Wortman nog een blik op de toekomst. “Twee pijlers staan in duurzame ontwikkeling centraal: de levensduurkosten benadering en gebiedsgerichte aanpak.” Bij de levensduurkosten benadering is de kans zeer reëel dat de opdrachtnemer meer investeert, indien deze kosten worden terug verdiend gedurende de exploitatiefase. Hierdoor wordt een hogere kwaliteit verkregen. De gebiedsgerichte aanpak richt zich niet op één gebouw maar op een scala aan gebouwen en/of terreinen in een straat, wijk of zelfs de gehele stad. Dit levert schaalvoordelen op en andere mogelijkheden, zoals energie-uitwisseling tussen gebouwen. Hiervoor is samenwerking tussen alle betrokken stakeholders nodig en het denken in gemeenschappelijke belangen cruciaal. “Wanneer we dat goed combineren met het vroegtijdig inschakelen van de markt, zijn er nog vele kansen en mogelijkheden op het gebied van innovatief verduurzamen.”

 

Partners
Institute for Business Research
LinkedIn
E. info@KMVG.nl | www.kmvg.nl