Kennis Instituut Maatschappelijk Vastgoed

Zorgeloos naar de toekomst

Stel je voor je loopt door een gang met een glazen pui. Iemand loopt met je mee achter dat glas. Je staat voor de spiegel, een vreemde kijkt terug. Iemand duwt een tandenborstel in je hand en je weet niet wat je moet doen. Je bent angstig en wantrouwig. Je bent het vergeten. Je bent jezelf vergeten. Je bent een geriatrisch patiënt met dementie. Zo begon Dorte Kristensen haar lezing op het Tweede Grote Zorgcongres in Rotterdam op 3 december 2015.

 

Transitie in de zorg

 

Er is een aardverschuiving gaande in het zorg(vastgoed)landschap. Bestuurders spreken van een transitie. Steeds meer wordt bejaarden- en ziekenzorg in de eigen thuissituatie geboden. Een oud type gebouwen zoals bejaarden- of ziekenhuis zal op de grote schaal zoals wij dat nu kennen geleidelijk verdwijnen, en veranderen naar een nieuw type gebouw. Het accent zal daarbij komen te liggen op: de eerstelijns gezondheidszorg die zal steeds meer integreren met de tweedelijns zorg. Daarnaast zijn er de focus klinieken die operatieve en specialistische behandelingen verrichten en de opvang van geriatrische patiënten in centra. Aldus de zorgvastgoedspecialisten op het congres.Er zijn goede redenen voor deze aardverschuiving. Nu kost de zorg ca. 30% van het Bruto Nationaal Product (bnp) maar er is becijferd dat in het jaar 2040 dit 50% van het bnp zal bedragen. Een groot deel van de kosten zit vooral in de taaie kleilaag van systemen, bureaucratie en organisaties die een geheel eigen wereld hebben geschapen. Daarnaast worden burgers steeds mondiger en is er de behoefte om thuis oud te worden, en zo kort mogelijk in een ziekenhuis te verblijven. Kortom de druk op de transitie in de zorg zal dus steeds groter worden en het zorg(vastgoed)landschap zal over een aantal jaren er heel anders uitzien.

 

 

Leven in herinneringen

 

Tijdens het zorgcongres werd veel besproken waarbij iedereen het roerend met elkaar eens was. Vooral over wat het betekent om dement te zijn en wat de interieurarchitect voor taak wacht. Mensen die dement zijn leven in een wereld van herinneringen. Het korte termijngeheugen neemt geleidelijk af en uiteindelijk blijven alleen de vroegste herinneringen over. Dat kunnen persoonlijke herinneringen, zoals het eigen speelgoed, of algemene en gedeelde herinneringen, zoals de geur van linnen of muziek van weleer. Persoonlijke en algemene herinneringen versmelten en de dingen, de geuren en de kleuren krijgen een geheel nieuwe betekenis voor demente bejaarden. Men leeft in herinneringen.

 

Verder kunnen dementen geen complexe ruimten onthouden en prikkels van buiten zijn maar met mate goed. Hou het simpel. Eén eigen kamer en één gezamenlijke ruimte geniet de voorkeur. De meest optimale woongroep van demente bejaarden is zes personen. Maar om economische redenen wordt deze groep vaak tot acht uitgebreid. Geen gangetjes of hokjes, alles overzichtelijk en kalm. De woongroep is een beschermde omgeving waar de demente bewoners niet meer alleen buiten komen.

 

Delen van herinneringen

 

Een probleem is dat niet iedere demente bewoner dezelfde herinneringen deelt. Een demente hoogleraar klassieke talen die zijn zorgeloos jeugd in Italië doorbracht zal andere herinneringen hebben dan een vrouw die haar jeugd op een keuterboerderij op Walcheren doorbracht. Een ander probleem dat hiermee samenhangt is de schaalgrootte van de opvang. Hoe groter de opvang hoe meer men demente bejaarden gaat categoriseren en gelijkgestemde bij elkaar zetten.

 

Over de manier van opvang van demente patiënten en de schaalgrootte van de huisvesting waren de meningen verdeeld. Bijvoorbeeld Zorgcentrum Willibrord aan de Bachensteene in Middelburg (24 patiënten) en de Plaatwerkerij in Vlissingen (48 patiënten) hebben een schaal die aansluit op de buurt. Terwijl Hogeweijk (120 patiënten) in Weesp een buurt op zichzelf is.

 

Bachtensteene Middelburg

 

De presentatie van Dorte Kristensen van atelier PRO architekten ging over Zorgcentrum Willibrord in het centrum van Middelburg aan de Bachtensteene 14. Dit centrum is deel van de buurt. Verschillende categorieën zorgbehoevende bejaarden wonen hier bij elkaar. Sommige redden zichzelf en wonen in een van de 39 appartementen waar somatische zorg wordt geboden. Er zijn ook drie woongroepen met psychogeriatrische patiënten met elk 6 a 8 patiënten. Bewoners verhuizen gewoon van groot naar klein, omringd door eigen spullen. De eigen meubels en dingen die herinneringen oproepen. Men heeft een eigen tuin waar men kan tuinieren en een plek om gezamenlijk te eten, de brasserie, met direct zicht op de straat. Participatie van bewoners is een belangrijk element. Hoe verschillend de mensen ook zijn, ze zijn en blijven een deel van de buurt. De Plaatwerkerij in Vlissingen heeft zes woongroepen van elk acht bewoners. Al deze woongroepen hebben de voordeur aan een overdekte half openbare wintertuin. Hier is ook een beschermd gedeelte van de tuin voor de demente bewoners. Door de wintertuin kun je doorlopen naar het algemene deel van het huis met voorzieningen zoals grand café waar kleine boodschappen gedaan kunnen worden, theater, kapper.

 

Hogeweijk Weesp

 

Geheel anders is het verpleegcentrum Hogewey in Weesp wonen152 dementerende bejaarden in een speciale buurt De Hogeweijk. Eloy van Hal van Vivium Zorggroep licht het concept toe. Het is een ommuurd buurtje met 23 woningen met elk 6 a 7 bewoners. Er zijn straatjes, pleintjes, hofjes, theater, café, supermarkt, kapper en beautysalon. Maar bovenal, er is een muur rond de buurt en andere mensen dan patiënten, hulpverleners en familie zal er nauwelijks komen. In theorie kunnen buurtbewoners er ook komen.

 

Het liefst woont men met gelijkgestemde bij elkaar, betoogt men op de website van Vivium. Toch is niet iedereen hetzelfde. Men deelt gewoonweg niet dezelfde herinneringen. Daarom wordt er een lifestyle onderverdeling gemaakt. Deze zijn vertaald in zeven sferen: stads, ambachtelijk, Indisch, huiselijk, Goois, cultureel en christelijk. De patiënten worden verdeeld over de sferen. De demente bewoner kiest voor opname de leefstijl die passend is. De vraag is in hoeverre de patiënt in staat is om zelf te kiezen. Hopelijk worden de lifestyles regelmatig geüpdatet. De mensen die hier wonen zijn afgesneden van de wereld. Misschien is het wantrouwen van demente terecht en voelt men zorgindustrie die een soort parallelle wereld voor hen heeft geschapen.

 

Tussen Bachensteene en Hogweijk

 

Bachtensteene en Hogeweijk spiegelen twee concepten over zorg die met de schaal te maken heeft, en daardoor met de aanpak. In het geval van Bachtensteene neemt men naast de patiënt ook een deel van zijn verleden mee met het interieur en daarmee de herinneringen aan vroeger. Hogeweijk gaat uit van een verfijning van de zorgindustrie met lifestyles waar demente bejaarden in worden gecategoriseerd. Uiteraard is het in Hogeweijk ook mogelijk om een eigen accent te geven. Maar feitelijk is de omgeving al voor je bepaald. In Bachensteene is dat open en kunnen bewoners daar zelf invulling aan geven. Hogeweijk zet het idee van segregatie die in de maatschappij alom is door, Bachensteene laat duizend bloemen bloeien naast elkaar. Hogeweijk kan door een grotere concentratie aan patiënten meer voorzieningen bieden, door de kleine schaal van Bachensteene is dat moeilijker.

 

Hoe de zorg en het wonen van geriatrische patiënten zich gaat ontwikkelen is afwachten. Veel hangt ook af van hoe voorzieningen in buurten en wijken worden vormgegeven. Of we de toekomst als hulpbehoevende bejaarde zorgeloos tegemoet gaan is daarom een vraag.

 

Leo Oorschot is Architect/onderzoeker bij AtelierPro Architecten

Partners
Hommelberg & Partners
LinkedIn
E. info@KMVG.nl | www.kmvg.nl