Kennis Instituut Maatschappelijk Vastgoed

David Meijer: Energieneutraal bouwen maakt ontwerpproces eenvoudiger

Nieuwe gebouwen mogen na 2020 'nearly zero' energie verbruiken en de energie die nog nodig is, moet afkomstig zijn uit duurzame bronnen. Dat werd eind augustus bekend toen de herziening van de Europese richtlijn voor energiebesparing in gebouwen (EPBD) werd gepubliceerd. Een krachtige onderstreping dus ook van het reeds ingezette beleid van de
Nederlandse overheid om nieuwbouw in 2020 energieneutraal te laten zijn.


Tot zover de eerste alinea over energieneutraal bouwen op de website van Agentschap.NL.


Als bouwkostenadviseur – met sinds dit jaar de toevoeging 'en exploitatieadviseur' - heb ik de afgelopen 2 jaar de omslag gezien van investeringsdenken naar exploitatie denken. Praktisch betekent dit dat er meer geïnvesteerd mag worden mits dit binnen afzienbare tijd met lagere exploitatiekosten kan worden terugverdiend. Die periode van terugverdienen
varieert van minder dan 10 jaar (overzichtelijke periode) tot 60 jaar (gebouwen
met hoge BREEAM-ambities – voor de ingewijdenen: het betreft hier MAN-12).


Om aan die financiële haalbaarheid te kunnen rekenen is een veelheid aan parameters noodzakelijk waarvan inflatie en rentevoet wel het meest bekend zijn. Naast een zorgvuldige keuze van waarden voor die parameters wil ik hier vooral even de beoordeling van de rekenuitkomsten aan de kaak stellen.

 

Volgens Agentschap.NL is de terugverdientijd het quotiënt van de (eenmalige) investering en de (jaarlijkse) besparing. Ik ben zelf een aanhanger van het beoordelen van de verhouding tussen de jaarlijkse besparing en de, eveneens jaarlijkse, extra ‘hypotheek’. In het eerste geval zijn terugverdientijden van meer dan 20 jaar geen uitzondering. Wie echter een investering in 30 jaar mag terugbetalen ziet zich ‘geconfronteerd’ met een
terugverdientijd van soms niet meer dan 5 jaar. Voor alle duidelijkheid: het gaat om dezelfde investeringsmaatregel.


Met de komst van de ambitie om energieneutraal te bouwen kan er aan die spraakverwarring heel snel een einde gemaakt worden. Immers is terugverdienen geen optie meer, we doen het niet meer voor onszelf,we doen het voor het milieu (en daardoor indirect toch weer voor onszelf)


Vooropgesteld dat de energie die we over hebben in piektijden, we ook weer kunnen verkopen (tegen hetzelfde tarief als waarvoor we het inkopen) is er dus helemaal geen sprake van (energie-) geldstromen in de exploitatie. En dus hoeft er ook niet meer aan gerekend te worden.

 

Het enige wat we hoeven te doen is een energieneutraal gebouw te ontwerpen (!), en we kunnen weer terug naar puur investering denken (ik laat onderhoud aspecten buiten beschouwing).


Wel even de energiestromen in de gaten houden. Een frisse brede school gebruikt anno 2012 circa 80 kWh/m2 verwarmingsenergie en tussen de 50 en 70 kWh/m2 aan elektrische energie.

 

Als er sprake is van koeling dan kan daar met een warmtepomp op basis van aardwarmte goed op worden bespaard. Voor nu stellen we de energiebehoefte dan ook op 120 kWh/m2 voor warmte en elektra samen.


Een modern, optimaal opgesteld, zonnepaneel haalt in zijn beste jaren precies zo’n vermogen aan opgewekte elektriciteit. Als we zonnepanelen altijd en alleen op het dak willen/kunnen plaatsen dan is er bij 1 bouwlaag precies voldoende ruimte voor alle zonnepanelen.


Energieneutraliteit is geen technisch probleem, het is een ruimtelijke ordening probleem.

 

David Meijer, Vitruvius Consultancy



 



 



 

Partners
Hommelberg & Partners
LinkedIn
E. info@KMVG.nl | www.kmvg.nl